Column

Waarom duurt het zo lang voordat het Internet of Things er is?

In zijn columns op Founders blikt Afzal Mangal, IoT explorer bij T-Mobile, vooruit op de kansen en obstakels van IoT. Deze keer: waarom gaat de omarming van IoT eigenlijk zo langzaam?

De early adopters hebben Internet of Things (IoT) al uitgeprobeerd en zijn ervan overtuigd dat het de samenleving efficiënter, veiliger en leuker maakt. Maar hoe zorgen we ervoor dat IoT door het grote publiek wordt omarmd? Waarom gaat het eigenlijk zo langzaam? En, hoe brengen we er tempo in?

Frisse blik

Er zijn verschillende redenen waarom we de grote massa op dit moment nog niet hebben weten te overtuigen. Op de eerste plaats is dat ironisch bezien juist de hoeveelheid aan informatie die we met IoT in handen krijgen. Enerzijds biedt deze stroom aan informatie de oplossing tot grote problemen die we met IoT zouden kunnen oplossen, denk aan de verkeersproblemen in ons land of het voorspellen van iemands gezondheid.

Maar aan de andere kant zorgen al deze nieuwe inzichten ervoor dat we op dit moment niet meer in staat zijn met een frisse blik naar nieuwe situaties te kijken. We worden gehinderd door informatie uit het verleden en nieuwe informatie. Innovatie wordt onmogelijk gemaakt door het feit dat we op dit moment niet na kunnen denken over de latente aspecten van technologische ontwikkelingen. In een eerdere column ging ik hier al eerder op in, als ook op de mogelijke oplossing voor dit probleem: bedrijven moeten samenwerken met anderen bij het ontwikkelen van IoT-oplossingen. Alleen zo kan die frisse kijk op zaken weer terug worden gevonden.

M2M is geen IoT

Een ander probleem dat de grootschalige adoptie van IoT in de weg staat is de aanname van bedrijven dat ze weten wat IoT is, vanwege hun jarenlange ervaring met de zogenaamde M2M (machine-to-machine) methode. Bij deze werkwijze worden apparaten aan elkaar geknoopt zodat deze informatie met elkaar uit kunnen wisselen. Een telecomprovider zoals T-Mobile zorgt in dit soort oplossingen vaak voor het transport van het ene pakketje data naar een volgende locatie. Omdat het aantal connectie apparaten bij M2m vele malen lager is dan we van nieuwe IoT technologieën verwachten, was schaalbaarheid bij dit soort oplossingen nooit echt een issue.

Maar bij IoT gaat het niet langer alleen om apparaten. Het heet niet voor niets ‘het internet der dingen’. We kunnen ons nu nog niet voorstellen wat straks allemaal data kan uitwisselen. Volgens de experts gaat het bij IoT om miljarden ‘dingen’ die straks met elkaar en met ons kunnen communiceren. Dat brengt heel andere vraagstukken met zich mee dan we vanuit M2M gewend waren.

Op de eerste plaats moet alle data veilig kunnen worden uitgewisseld. Niet iedereen krijgt toegang tot elk ding. En niet elk ding mag praten tegen ieder mens, systeem of mede-ding. En als dat per ongeluk toch een keer gebeurt, moet de juiste beveiliging (versleuteling) in orde zijn, zodat de informatie niet te begrijpen is voor ongeautoriseerde apparaten of mensen. Denk ten slotte aan beheer en onderhoud. Hoe kunnen we op afstand duizenden dingen tegelijk uitschakelen om energie te besparen? En hoe updaten we miljoenen dingen tegelijkertijd, zonder het netwerk over te belasten?

Het zijn vraagstukken waarover we ons tijdens M2M nog in te beperkte mate gebogen hebben, maar die zich nu wel allemaal tegelijk aandienen. Je mag M2M als een voorstadium van IoT zien. Maar wil je iets oplossen of waarde toevoegen in de IoT-wereld, dan moet je de manier waarop M2M werkt volledig loslaten.

Betaalbaar

Dan is er nog het probleem van kosten en bedrijfsprocessen. Alhoewel losse IoT-sensoren vaak maar weinig kosten, brengt een grootschalig IoT-project met miljoenen sensoren natuurlijk wel de nodige kosten met zich mee. Stel je voor dat we straks allemaal op een connected fiets rijden die je vanaf je smartphone overal kunt traceren. We verbinden dan miljoenen fietsen met het internet. Maar hoe duur wordt zo’n fiets door alle extra handelingen die de fabrikant hiervoor moet verrichten?

Op de eerste plaats moet er een kleine, stroomzuinige sensor in elke fiets worden geplaatst op een plek waar een dief deze niet kan verwijderen. Daarnaast wil je de sensor op afstand kunnen uitzetten. Uiteraard alleen door de eigenaar zelf. Over een tijdje wordt je fietsapp geüpdatet. Hoe zit het dan met het updaten van de hardware in je fiets? Is er iemand die weet hoe dit allemaal moet? En hoe verandert dit uiteindelijk het complete productieproces bij de fabrikant? Het moet allemaal natuurlijk wel betaalbaar blijven.

Oplossingen

Ten slotte is er nog het probleem van ons ecosysteem. Nee, niet het IoT-ecosysteem waarover ik in mijn vorige column sprak, maar ons eigen ecosysteem hier op deze aarde. Wat gebeurt er als er straks miljoenen apparaten bijkomen die continu informatie aan het versturen zijn? Energiezuinige technologieën zijn er al volop binnen IoT, maar onder aan de streep verbruiken alle connected dingen straks nog altijd meer energie dan voordat ze slim en connected waren.

Kortom, willen we de massa overtuigen van de mogelijkheden en in beweging krijgen, dan zullen we voor bovenstaande vraagstukken eerst ook een passende oplossing moeten gaan bedenken. Zonder te pretenderen dat we ‘alles al weten’ wanneer we het hebben over IoT. Want we kunnen op dit moment alleen maar verder als we durven los te laten wat we al weten én opnieuw beginnen met leren.

Foto: Shutterstock
T-mobile
FOUNDERS
Waarom duurt het zo lang voordat het Internet of Things er is?